Hoe kunnen we bij herstel van verslaving met compassie bij het lichaam aanwezig zijn wanneer er onverwerkt trauma speelt?
Volwassen compassie belichamen in herstel
Als we met compassie en het lichaam willen werken aan ons herstel van verslaving, vraagt dat om een volwassen vorm van compassie. In het boeddhisme wordt deze vorm karuna genoemd. Compassie wordt volwassen wanneer zij een aantal elementen in zich draagt. Allereerst is zij gevuld met een liefdevolle aandacht vanuit het hart, een zuivere vorm van heartfulness. Als we op een volwassen manier werken vanuit compassie, dan is dat geen ongerichte compassie die alle kanten opgaat en geen grenzen kent, zonder dat we weten wat we ermee doen.
Soms is het juist heel compassievol om grenzen te stellen. Zonder grenzen kan compassie op den duur schadelijk worden, zowel voor de ontvanger (van wie het eigen vermogen tot zelfzorg erdoor wordt aangetast) als voor de zender zelf. Ongerichte, onbegrensde compassie leidt op den duur tot een emotionele uitputting, die ook wel bekendstaat als ‘compassiemoeheid’, of ‘compassie-burn-out’. Toch kunnen ook grenzen nog steeds met compassie, aandacht en zachte strictheid gesteld worden.
Daarnaast is compassie eigenlijk alleen volwassen wanneer het werkelijk een onderliggende vorm van handelen betreft. Daarbij is het goed om te onthouden dat een grens stellen vanuit liefde ook een compassievolle handeling kan zijn. Opnieuw heb je daarvoor aandacht en heartfulness nodig. De praktijk van compassie hoeft tegelijk niet met grote acties die de wereld veranderen gepaard te gaan. In plaats daarvan kan het gaan om een zachte hand op het hart, met de innerlijke vraag: wat heeft ons hart op dit moment nodig – en zijn we bereid om onszelf dat te bieden? Een goed voorbeeld daarvan is dan ook de R.A.I.N.-oefening (hoe R.A.I.N. kan helpen met compassie bij emotionele gevoelloosheid lees je bijvoorbeeld in deze blog).
Bovendien omarmt een volwassen vorm van compassie het leven in al haar aspecten – ook de moeilijke, pijnlijke en donkere delen van het leven. Compassie wordt volwassen wanneer we het niet alleen in de mooie momenten van het leven toepassen, maar ook in de tragedie ervan, bij de ervaring van verlies, verdriet en falen. Een volwassen vorm van compassie vraagt van ons eigenlijk dat we zonder pantser durven te leven, zonder de beschermlagen tegen de dingen die pijn doen. Alleen op die manier kunnen we namelijk het volle leven in ons hart toelaten en daar een volwassen hart van compassie ontwikkelen. (Over het leren leven zonder pantser en met compassie: lees deze blog).
Tot slot wordt compassie volwassen in ons lichaam. Karuna, het boeddhistische woord voor Compassie, is ook altijd een belichaamde vorm van compassie. In deze blog lees je dan ook waarom het lichaam een rol speelt bij herstel van verslaving en welke rol onverwerkt trauma daarbij kan spelen. En hoe een compassievolle meditatie in de vorm van een vriendelijke bodyscan kan helpen om opnieuw veiligheid in het lichaam te ervaren.

Er is één ding dat, wanneer het wordt ontwikkeld en regelmatig wordt beoefend, leidt tot diepe spirituele intentie, tot vrede, tot opmerkzaamheid en helder inzicht, tot visie en kennis, tot een gelukkig leven hier en nu, en tot het hoogtepunt van wijsheid en verlichting. En wat is dat ene ding? Het is onze opmerkzaamheid, gericht op het lichaam.
De weg naar huis loopt via het lichaam
Wat mensen naar een worsteling met verslaving leidt, is zelden lineair of eenvoudig aan te wijzen. Een vaak gehoorde verklaring die sommige mensen geven voor de eerste ervaring met een middel of destructief gedrag is simpelweg: ‘Het was ook gewoon lekker.’ Maar dat is toch ook een beetje een onnozele en oppervlakkige verklaring voor wat we hebben gedaan in onze verslaving. Zeker bekeken vanuit de schade die we bij onszelf en in onze omgeving hebben aangericht met onze verslaving.
Maar de onderliggende ervaring van leegte, verveling of zinloosheid die we met onze verslaving probeerden op te vullen, vormt inderdaad wel een belangrijk onderdeel van wat ons naar ons middel of gedrag dreef. Verslaving is meestal een manier om met ongemak om te gaan, om een ontevredenheid te verdoven of om ons af te leiden van frustratie, uitputting, angst, leegte en vooral: onmacht.
“Breng je regelmatig een bezoek aan jezelf?”
Verslaving draagt vaak een paradox in zich. Enerzijds verlangen we naar verbinding met iets wat groter is dan wijzelf. Anderzijds vluchten we voor wat die verbinding van ons vraagt: intimiteit met onszelf en de bereidheid aanwezig te zijn bij onze innerlijke ervaring. De dichter Rumi verwoordde de innerlijke noodzaak tot verbinding met onszelf met de indringende vraag: “Breng je regelmatig een bezoek aan jezelf?”
Volgens de Boeddha lag deze weg naar verbinding in het lichaam. De sleutel tot bevrijding van onze angst, ontevredenheid en het ongemak dat we zo moeilijk verdragen, lag volgens de Boeddha in het vermogen om met volledige aandacht in ons lichaam aanwezig te zijn. Zo zei hij over het lichaam onder meer:
“Want het is vanuit dit lichaam, met zijn waarneming en bewustzijn, dat ik de wereld beschrijf, haar ontstaan, haar uiteenvallen en het pad van de beoefening dat daartoe leidt.” (Rohitassa Sutta).
Zonder die belichaamde aanwezigheid kunnen we ook niet volledig aanwezig zijn bij het leven dat zich hier en nu ontvouwt. De weg naar huis is daarom de weg van het lichaam. Tegelijk ligt daar voor veel mensen ook een belangrijke drempel.
Onder onze ambivalentie tegenover herstel schuilt vaak onverwerkt trauma. Dat trauma ligt soms zo diep in ons lichaam besloten dat we het verband met ons verslavende gedrag niet meer herkennen. Onze geest probeert immers te vergeten, te vluchten, te vechten of te verstarren, alles om de pijn van verlies, verwaarlozing, verbroken hechtingsbanden of langdurige stress niet te hoeven voelen. Maar waar de geest probeert te vergeten, draagt het lichaam de gevolgen vaak nog met zich mee.
Trauma laat sporen achter in het zenuwstelsel
Moderne neurowetenschap en traumaonderzoek, waaronder het werk van dr. Bessel van der Kolk (lees bijvoorbeeld ‘Traumasporen’), laten zien dat traumatische ervaringen niet alleen psychologisch zijn, maar dat ze ook hun sporen nalaten in lichaam en zenuwstelsel. Trauma hoeft daarbij niet altijd het gevolg te zijn van één ingrijpende gebeurtenis, van fysieke pijn en mishandeling. Veel vaker gaat het om chronische stress door angst, emotionele verwaarlozing of onderdrukking, meestal in de kindertijd, maar soms ook later in het leven. Hoe dan ook kunnen zulke langdurige ervaringen van stress diepe sporen nalaten in het zenuwstelsel. Juist die lichamelijke ontregeling speelt bij veel mensen een belangrijke rol in verslaving. Daarom vormt aandacht voor het lichaam ook een wezenlijk onderdeel van herstel.
Trauma-geïnformeerd werken aan herstel
Binnen Recovery Dharma Nijmegen werken we daarom ook trauma-geïnformeerd (lees bijvoorbeeld deze eerdere blog over hoe we dat doen). Het besef dat trauma potentieel aanwezig kán zijn, nemen we mee in onze beoefening. Vanuit het boeddhistische perspectief zien we het lichaam niet alleen als bron van lijden, maar ook als bron van herstel. In onze beoefening van meditatie, waarbij we ons laten inspireren door de wijsheid van de boeddha, nemen we ook postmoderne (neuro)psychologische inzichten mee. Zo erkennen we dat chronische stress – zeker wanneer die vroeg in het leven ontstaat – het zenuwstelsel diepgaand kan ontregelen. Dat kan leiden tot klachten als angst, depressie, flashbacks, vermijdingsgedrag en schaamte.
Hoewel dit soort klachten niet aanwezig hoeven te zijn om verslaafd te raken, is er wel vaak niemand geweest die ons heeft geleerd hoe we met deze ervaringen en met ongemak kunnen omgaan. Daardoor zoeken velen van ons uiteindelijk verlichting in zelfmedicatie of ander verslavend gedrag. Niet omdat het werkelijk heling brengt. Maar omdat het op korte termijn verlichting lijkt te geven. Wanneer pijn echter geen ruimte krijgt om te worden verwerkt, wanneer sprake is van psychologisch verraad, emotioneel of fysiek misbruik, of als er sprake is van een heftige vertrouwensbreuk of langdurige dreiging, kan het zenuwstelsel vast komen te zitten in een overlevingsmodus.
Van verslaving als zelfmedicatie naar herstel door bewuste zelfregulatie
Voor veel mensen is middelengebruik daarom niet zozeer het probleem als wel een poging om met een ontregeld zenuwstelsel om te gaan. Dat geldt ook voor destructief gedrag dat we steeds lijken te herhalen. Het is zelden een kwestie van onwil of domheid, maar eerder een onbewuste poging van het lichaam om spanning te reguleren. Trauma is niet alleen een emotionele ervaring; het is ook een lichamelijke ervaring.
Traumatische gebeurtenissen laten vaak sporen achter in het lichaam en het zenuwstelsel. Dat gebeurt omdat de hersenen op het moment van de gebeurtenis soms niet, of nog niet (zoals bij jonge kinderen), in staat zijn de ervaring volledig te verwerken. Overleven krijgt dan voorrang boven het verwerken van wat er is gebeurd. Want ons zenuwstelsel is namelijk in de eerste plaats gericht op overleving – niet op regulatie. Bij dreiging schakelt het over op een toestand van verhoogde activatie (vechten of vluchten) of juist op een toestand van afsluiting en verstarring (alle vier overlevingsmodi).
Deze overlevingsmodi vragen nogal wat van het lichaam. Dus wanneer zulke reacties langdurig aanhouden, gaat het lichaam via de geest op zoek naar verlichting. Middelen of verslavend gedrag bieden dan een snelle (maar uiteindelijk schadelijke vorm) manier om de spanning en stress van het lichaam te kunnen hanteren en een vorm van regulatie te bieden.
Herstel vraagt daarom om een fundamentele verschuiving van aandacht. In plaats van ons zenuwstelsel te beïnvloeden met middelen of gedrag, keren we ons naar binnen. We leren opnieuw aanwezig te zijn in het lichaam en het met compassie en zachte aandacht te ondersteunen, zodat het stap voor stap veiligheid, regulatie en verbinding kan hervinden.

De bodyscan als oefening in compassie
Een bodyscan kan daarbij een waardevol hulpmiddel zijn. Tegelijk vraagt deze oefening om een heel specifieke kwaliteit van aandacht. Zeker in herstel zijn we geneigd onszelf voortdurend te beoordelen. We willen vooruitgang boeken, beter worden of iets bereiken. Die houding sluipt gemakkelijk ook onze meditatie binnen. In plaats van rust ervaren we dan juist onrust, frustratie of verveling. Daarom zijn bij een gezonde, trauma-geïnformeerde bodyscan twee aspecten van belang.
Allereerst zijn we niet aanwezig bij het lichaam, alsof we er van buitenaf naar kijken, maar in het lichaam. We verblijven in de directe lichamelijke ervaring. Dat helpt voorkomen dat we opnieuw afstand creëren tussen lichaam en geest, een scheiding die juist kenmerkend kan zijn voor trauma. Daarnaast heeft onze aandacht ook een duidelijke kwaliteit. We zijn niet alleen opmerkzaam, maar ook vriendelijk, warm en compassievol. We erkennen het lijden dat zich in het lichaam kan tonen, zonder het onmiddellijk te willen oplossen, weg te duwen of te verdoven.
Wanneer de aandacht het trauma raakt
In plaats daarvan blijven we met zachte aandacht aanwezig bij spanning, verdriet en pijn, precies zoals die zich op dat moment aandienen. Tegelijk vraagt trauma-geïnformeerd werken om voorzichtigheid. Bij sommige mensen kan gerichte aandacht voor het lichaam oude traumatische reacties oproepen. Wanneer we ons openen voor lichamelijke gewaarwordingen, kunnen ook impliciete herinneringen of oude stressreacties voelbaar worden, zonder dat daar een bewuste herinnering bij hoort. Dat kan zich uiten in plotselinge onrust, spanning, paniek of een gevoel van overweldiging.
Op zo’n moment is het belangrijk te beseffen dat het zenuwstelsel mogelijk terugschiet in een overlevingsreactie of overprikkeld raakt. Merk je tijdens een bodyscan dat angst of onrust zo sterk wordt dat je de oefening niet meer kunt volgen, dan is het verstandig de aandacht tijdelijk op een andere manier te richten.
Terugkeren naar innerlijke veiligheid
Je kunt bijvoorbeeld je aandacht richten op een neutrale of geruststellende plek, zoals het contact van je voeten met de vloer of het rustige ritme van de ademhaling. Voelt ook dat te intens, richt je aandacht dan juist naar buiten. De 5-4-3-2-1-aardingstechniek, waarbij je bewust benoemt wat je ziet, hoort, voelt, ruikt en proeft, kan helpen het zenuwstelsel weer te stabiliseren. Soms zorgt langdurig stilzitten ervoor dat spanning zich juist ophoopt. Dan kan het helpend zijn om even van houding te veranderen of de spieren bewust kort aan te spannen en weer te ontspannen, terwijl je rustig in- en uitademt.
Ook kan het steun geven om de aandacht te richten op een veilige plek, een troostende herinnering of een stabiliserend beeld. In plaats van de aandacht volledig bij de lichamelijke sensaties te houden, nodig je de geest dan uit zich te verbinden met een ervaring van veiligheid, bijvoorbeeld door je een rustig landschap voor te stellen. Of door jezelf het gevoel voor te stellen dat je door de aarde wordt gedragen en er verankerd mee bent.
Meditatie, trauma en een belichaamde vorm van herstel
Het is goed om ons te herinneren dat verslaving niet alleen een verhaal van de geest is. Bij veel mensen spelen ook de ervaringen die hun sporen in het lichaam en het zenuwstelsel hebben achtergelaten een belangrijke rol. Daarom begint de weg van herstel vaak met opnieuw leren aanwezig te zijn in het lichaam.
Deze aanwezigheid vraagt om een bijzondere kwaliteit van aandacht: zachtheid, warmte, liefdevolle vriendelijkheid en vooral compassie. Niet om het lichaam te veranderen of te verbeteren, maar om er werkelijk mee in contact te komen. Vanuit die vriendelijke aanwezigheid kan het zenuwstelsel geleidelijk meer veiligheid ervaren en kan de verbinding met onszelf zich herstellen.
Vanuit die belichaamde compassie kan onze aandacht zich vervolgens ook uitbreiden naar anderen en naar de wereld om ons heen. Op deze manier werken we binnen Recovery Dharma Nijmegen samen aan een vorm van herstel waarin wijsheid en compassie niet alleen worden begrepen, maar ook stap voor stap worden belichaamd.

