Gevoelstonen en de taal van het lichaam als kracht voor herstel

door | Herstel van verslaving, mindfulness, Recovery Dharma Nijmegen

Gevoelstonen (vedana) bij herstel van verslaving en het lichaam als de wortel van ervaring.

Voorbij iedere vorm van verslaving — en achter elke schadelijke, cyclische handeling waarin we verstrikt raken zonder ons eraan te kunnen ontworstelen — ligt iets wat ons allemaal bindt: het verblindende verlangen, de allesdoordringende begeerte, de zucht om gedachten, gevoelens en situaties te veranderen. Dit verlangen doordrenkt de menselijke ervaring. Al ruim 2500 jaar geleden doorzag de Boeddha deze obsessieve neiging van de geest: mensen zijn tot veel bereid om gevoelens na te jagen die ze willen ervaren, en om te vluchten voor gevoelens die ze niet willen voelen.

Binnen herstel van verslaving raakt dit inzicht aan een fundamentele vraag:

Wat gebeurt er eigenlijk vóórdat we handelen vanuit craving, vermijding of compulsie?

Verslaving als coping voor wat we voelen

Vanuit boeddhistisch perspectief draait verslaving niet werkelijk om het middel of het gedrag. Dat zijn symptomen. Centraal staat het voelen zelf — en vooral hoe we met gevoelens omgaan. Verslaving is, zoals wij het binnen Recovery Dharma begrijpen, in essentie een copingmechanisme: een destructieve, schadelijke en compulsieve manier om om te gaan met ervaringen die gevoelens in ons oproepen. We vechten ermee, vluchten ervoor of proberen ze te dempen en te verdoven.

Verslaving ontstaat daarmee vaak als reactie op een voortdurend gevoel van tekort: het gevoel nooit genoeg te hebben, nooit werkelijk tevreden te zijn. Het voelen staat dus centraal in onze ervaring. Tegelijk is voelen vaak juist datgene waar we het minste inzicht in hebben. Veel mensen weten niet precies wat ze voelen, laat staan waar ze het voelen in het lichaam.

Bovendien maken we ‘gevoel’ in onze samenleving vaak onnodig ingewikkeld. De vraag ‘Wat voel je?’ veronderstelt impliciet dat we direct zouden moeten weten wat we voelen. Het gevoel moet meteen een naam krijgen, inclusief interpretatie: verdriet, angst, boosheid of schaamte.

Maar voelen is een gelaagd proces. De meesten van ons hebben nauwelijks geleerd hoe dat proces werkelijk werkt. De uitspraak ‘ik voel me boos’ is bijvoorbeeld vaak het eindpunt van een onderliggende keten van neurobiologische, lichamelijke en psychologische processen die we op basis van eerdere ervaringen leren herkennen als ‘boosheid’. Om tot die conclusie te komen, gaat eerst een dieper lichamelijk proces vooraf.

Wat we voelen — en wat daaraan voorafgaat

In de psychologie wordt voelen soms omschreven als een combinatie van een psychische en lichamelijke reactie die subjectief wordt ervaren als een impuls die het lichaam voorbereidt op actie. Dat hele proces gaat vooraf aan het moment waarop we zeggen: ‘Ik ben bang’, ‘ik ben verdrietig’ of ‘ik ben onrustig’.

Er gebeurt dus al veel vóórdat een gevoel een naam krijgt.

Toch hebben veel mensen in herstel van verslaving weinig inzicht in dat fundamentele proces. Cognitief begrijpen we vaak niet goed wat er gebeurt, maar belangrijker nog: we hebben meestal nooit geleerd hoe het gevoelsproces lichamelijk werkt. Hier komt de boeddhistische beoefening van mindfulness, aandacht en concentratie in beeld.

De Boeddha wees erop dat de wortel van ervaring niet buiten ons ligt, maar ook niet uitsluitend in het brein of de geest. De wortel van ervaring ligt in het lichaam.

Daarom begint het eerste fundament van aandacht — sati, vaak vertaald als mindfulness — bij de adem en het lichaam. Adem en lichaam zijn immers altijd direct aanwezig in het hier en nu. Ze zijn voortdurend beschikbaar, onmiddellijk en onbemiddeld.

De beoefening van aandacht begint daarom bij het leren terugkeren naar adem en lichamelijke sensaties. Willen we onze ervaring werkelijk leren kennen, dan richten we eerst de concentratie op het lichaam. Door regelmatige oefening leren we de aandacht telkens terug te brengen van afleiding, emotie, fantasie of verhaal terug naar de directe lichamelijke ervaring.

Afbeelding van de buik van een vrouw, met een swirl rond de navel, ter illustratie van boeddhistisch herstel van verslaving en de taal van het lichaam. Centraal staat een quote van Tara Brach over de noodzaak om terug te keren naar fysieke sensaties (vedana) als anker in het herstelproces, met het logo van Recovery Dharma Nijmegen in de rechteronderhoek.

Vedana, gevoelstonen en interoceptie

Vervolgens voegen we daar een tweede fundament aan toe: Vedana, de gevoelstonen.

Vedana is binnen het boeddhisme een essentieel, maar vaak onderbelicht onderdeel van mindfulness en herstel van verslaving. Zoals eerder beschreven bestaat het proces van voelen uit een psychische én lichamelijke reactie die samen een impuls vormen. Er bestaat dus een directe relatie tussen lichaam en geest.

Neurowetenschapper Lisa Feldman Barrett noemt deze verbinding interoceptie: het vermogen waarmee het lichaam de interne toestand waarneemt. Dat weerspiegelt zich in veranderende bloedstromen, subtiele spierspanning, ademhaling en hormonale reacties.

Interoceptie stelt ons in staat signalen van binnenuit waar te nemen en te interpreteren. Juist daarom speelt het een centrale rol in emotieregulatie en verslaving: het beïnvloedt hoe impulsen ontstaan en uiteindelijk kunnen leiden tot handelen.

Interoceptie vindt voortdurend plaats — van moment tot moment — en begint vaak letterlijk in het lichaam, bijvoorbeeld in de buikstreek. De term onderbuikgevoel is daardoor veel wezenlijker dan we vaak denken. De toestand van het lichaam verandert continu in reactie op prikkels uit de omgeving. Vervolgens interpreteert de geest die lichamelijke toestand als een basiservaring van prettig, onprettig of neutraal/ambivalent.

In het boeddhisme wordt dit proces ook wel aangeduid met Vedana: gevoelstonen.

De gevoelstonen worden traditioneel omschreven als:

  • sukha — prettig
  • dukkha — onprettig
  • adukkhamasukha — neutraal of ambivalent

Deze termen zijn niet bedoeld als morele oordelen, maar als kwaliteiten van ervaring: subtiele lichamelijke tonen of vibraties die voortdurend aanwezig zijn in onze ervaring.

Vanuit deze primaire ervaring wordt de richting van ons handelen vaak al bepaald.

Hoe gevoelstonen verslavingsgedrag voeden

De gevoelstonen vormen de basis waarop de geest betekenis geeft aan ervaring en gedrag voorbereidt. Vanuit die interpretaties ontstaan impulsen die kunnen leiden tot:

  1. grijpen en vastklampen (upadana), voortkomend uit verlangen (tanha);
  2. afkeer en vermijding (patigha), voortkomend uit aversie (dosa);
  3. schadelijk en onbewust handelen vanuit verwarring (moha).

Het met aandacht leren waarnemen van Vedana betekent daarom dat we het proces achter onze impulsen leren herkennen.

Hoe beter we zien welke gevoelstoon zich aandient — prettig, onprettig of ambivalent — hoe beter we begrijpen welke handelingen daaruit kunnen voortkomen.

Bij een onprettige ervaring ontstaat vaak de neiging tot vermijden, vluchten of verdoven. Binnen verslaving kan dat leiden tot middelengebruik, dissociatie, controle, compulsief gedrag of andere vormen van coping.

Bij prettige ervaringen ontstaat juist vaak de neiging om vast te houden, te verlengen en méér te willen. Ook dat mechanisme kan verslavend gedrag voeden.

En juist ambivalente of verwarrende gevoelstonen kunnen moeilijk te verdragen zijn. Ook daaruit kan de impuls ontstaan om te handelen, te verdoven of te ontsnappen.

Verslaving ontstaat daardoor zelden uit één enkel moment. Veel vaker groeit het uit een opeenstapeling van onbewuste reacties op gevoelstonen die zich voortdurend herhalen in lichaam en geest.

‘Handelen is op dit moment niet noodzakelijk’

Binnen de beoefening van Vedana kan het behulpzaam zijn om een eenvoudige zin toe te voegen aan de waarneming van een gevoelstoon:

‘Handelen is op dit moment niet noodzakelijk.’

Thích Nhất Hạnh onderwees dat het leren afzien van direct handelen een essentieel onderdeel is van mindfulness — vooral bij sterke emoties, verlangen en verslavingsimpulsen.

Daarmee verwees hij naar de bekende regel uit de Dhammapada (gatha 183):

Sabba pāpassa akaraṇaṃ
Vermijd schadelijk handelen.

Een gevoel betekent niet automatisch dat handelen noodzakelijk is.

Gevoelstonen zijn werkelijk en verdienen erkenning. Maar handelen vanuit iedere impuls leidt vaak tot schadelijke gevolgen. Dat zien we duidelijk binnen herstel van verslaving: onze pogingen om het prettige vast te houden, het onprettige te vermijden en de onrust van het ambivalente te verdoven, leiden uiteindelijk steeds opnieuw tot dezelfde cycli van lijden en schadelijk gedrag.

En vaak begint die cyclus veel eerder dan we denken: in het lichaam, in de adem en in de gevoelstonen.

De wortel van ervaring is lichamelijk

Door te oefenen met het eerste fundament van aandacht — lichaam en adem — en daar Vedana, de gevoelstonen, aan toe te voegen, kunnen we leren herkennen hoe schadelijke reactiepatronen ontstaan.

Vanuit dat inzicht ontstaat langzaam ruimte voor andere keuzes: keuzes die binnen het boeddhisme soms worden omschreven als vaardig handelen (upaya). Dat zijn handelingen met minder schadelijke gevolgen voor onszelf en anderen.

Dat klinkt misschien cognitief, maar op fundamenteel niveau is het juist diep lichamelijk.

Het oefenen met Vedana stelt ons in staat waar te nemen hoe interoceptie, lichamelijke sensaties, mentale interpretaties en impulsen samen kunnen leiden tot verslavingsgedrag. Vanuit bewustzijn van lichaam, adem en gevoelstonen ontstaat zo geleidelijk meer innerlijke ruimte.

Ruimte om niet automatisch te reageren.
Ruimte om niet direct te handelen.
Ruimte om herstel mogelijk te maken.

En precies daar begint vaak werkelijk herstel van verslaving: niet in controle. Maar in het leren verdragen, herkennen en begrijpen van wat zich in lichaam en geest afspeelt.