Over emotionele gevoelloosheid in herstel van verslaving, compassie in actie en de beoefening van R.A.I.N.
Emotionele gevoelloosheid komt soms voor tijdens herstel van verslaving, trauma of langdurige stress. In het proces van herstel van verslaving ervaren mensen soms een gevoel van leegte, afstand of het ontbreken van emoties. We vragen ons vervolgens af of er iets mis is met ons herstel. In werkelijkheid is emotionele gevoelloosheid vaak een beschermingsmechanisme van lichaam en geest. In deze blog lees je hoe je, door niet te vechten tegen de ervaring van gevoelloosheid, maar deze met zachtheid te ontvangen en te aanvaarden, de ervaring kan laten uitgroeien tot een ingang voor herstel. En hoe de R.A.I.N.-oefening van Tara Brach ons bij Recovery Dharma Nijmegen helpt om met compassie aanwezig te blijven bij alles wat we voelen – of juist niet voelen.

“True healing only takes place when we learn to love ourselves and welcome ourselves and each other into our hearts.” Tara Brach (uit Radical Compassion)
In het boek van Recovery Dharma kun je onder meer lezen hoe wij verslaving begrijpen als een allesoverheersende drang die aanzet tot het dwangmatig drinken, gebruiken of destructieve gedragingen. Dit alles om te ontsnappen aan de realiteit van alledag, zoals afkeer van pijn of het willen vasthouden aan en het verlengen van plezierige ervaringen.
Onze middelen en ons destructieve gedrag hebben ons daarmee ook actief vervreemd van onze eigen emoties, onze relaties met anderen en met onszelf. In onze verslaving zijn we vervreemd geraakt van het dagelijkse leven. Dat was immers ook de inzet en het doel van ons verlangen: we wilden niet voelen wat we voelden, we wilden niet ervaren wat werkelijk aanwezig was: vermoeidheid, angst, verdriet, teleurstelling, pijn.
Nu werken we aan herstel en soms merken we daarin iets frustrerends. In plaats van dat we werkelijk aanwezig zijn, merken we een soort emotionele dofheid op, een gevoelloosheid of dufheid in ons gevoel. En om die dofheid, dat gevoel van afwezigheid opnieuw te vermijden, gaan we op zoek. In plaats van aanwezig te zijn, vallen we – ongemerkt en onbewust – terug in een patroon: we gaan weg van wat er is. Natuurlijk is daar een heel redelijk excuus voor: als we merken dat er een dufheid is in ons gevoelsleven, dan lijkt dat een signaal: we moeten op zoek naar dat gevoel. Dus we gaan op zoek en zoeken weer een cursus spiritualiteit en wonderen en we doen van alles.
Maar het enige wat we niet doen, is zitten in stilte. Hier zijn. Aanwezig zijn bij de afwezigheid van het gevoel. We blijven niet bij de dofheid. Want, zo is het reactieve oordeel in de geest: dat is verkeerd. Dat ‘voelt’ verkeerd. Onderliggend daaraan ligt eigenlijk het oordeel dat er iets ‘mis’ is met ons. Dat die emotionele dofheid zou betekenen dat er iets ‘verkeerd’ is met het proces.
Maar dat we het misschien ‘verkeerd’ zouden doen, de gedachte dat we misschien kapot zijn en dus gerepareerd moeten worden, is eigenlijk een eigen oordeel dat in onze geest leeft. En we vergeten deze belangrijke wijsheid (of we hebben deze nooit geleerd): door onszelf te veroordelen en afwijzende oordelen te hebben over onszelf – dit moet echt anders, dat doe je toch verkeerd – brengen we onszelf niet dichter bij heling. Eerder leidt het ons er verder vanaf.
Moha: de geestestoestand van onwetendheid en verwarring
Want wat er eigenlijk aan de hand is, is dat we in onwetendheid verkeren. We raken in verwarring, omdat we niet begrijpen wat de emotionele gevoelloosheid ons eigenlijk wil vertellen. We verwachten dat herstel ons in contact brengt met onze emoties. Maar dan zijn we in herstel, en er is niet echt verdriet, maar er is ook geen echte vreugde. Het leven voelt gedempt, als de automatische piloot, alsof we door een glazen muur naar de wereld kijken en toezien hoe iedereen zich beweegt, praat, druk is met leven, terwijl het aan ons voorbijgaat.
Zo raakt ons hart in herstel alsnog vervuld met vertwijfeling en onrust. ‘Doe ik het wel goed?’, vragen we onszelf. Is de beoefening wel voor mij? Levert de meditatie, de dharma – het onderzoeken van de bouwstenen van de werkelijkheid – en biedt de Boeddha mij wel voldoende? Is er geen ander boek of betere cursus of diepere therapeutische behandeling die me méér houvast biedt? In het boeddhisme wordt deze staat van de geest eigenlijk ‘moha’ genoemd: het is de staat van onwetendheid en verwarring, en het is eigenlijk een teken van een diep onbegrip van de fundamentele werkelijkheid zoals die is.
Wat is emotionele gevoelloosheid?
Emotionele gevoelloosheid is een toestand waarin iemand zich emotioneel vlak, afgesloten of losgekoppeld voelt. Sommige mensen omschrijven het als een gevoel van leegte. Anderen zeggen dat ze zich vervreemd voelen van alles om hen heen. Zelfs momenten die betekenisvol zouden moeten aanvoelen, lijken hen niet te raken. De zin van de dingen lijkt te ontbreken.
Emotionele gevoelloosheid is een veelvoorkomende reactie op langdurige stress, trauma en verslaving. In het proces van herstel van verslaving ervaren mensen soms een gebrek aan emoties, afstand tot zichzelf of hun omgeving en moeite om plezier of verdriet te voelen. Binnen de psychologie wordt dit gezien als een beschermingsmechanisme van het zenuwstelsel. Bij Recovery Dharma Nijmegen onderzoeken we samen hoe we met compassie aanwezig kunnen blijven bij deze ervaring, in plaats van ervoor weg te lopen.
Wat we echter niet begrijpen, is dat emotionele gevoelloosheid vaak een reactie is van het zenuwstelsel dat zichzelf probeert te beschermen na te veel stress, pijn, trauma of emotionele overbelasting. Wanneer lichaam en geest lange tijd onder druk hebben gestaan, kan het afsluiten van emoties een manier worden om hiermee om te gaan. Het gevoel dat dingen betekenisloos en zonder zin zouden zijn, heeft alles te maken met de fundamentele en heel wezenlijke angst om ons te verbinden met het leven. Want het actief en bewust aangaan van die verbinding betekent immers ook dat emoties en teleurstelling een rol gaan spelen. Maar we hebben vaak niet geleerd hoe we met het huilende en teleurgestelde kind in ons moeten omgaan.
Emotionele gevoelloosheid is op deze manier eigenlijk een alternatieve reactie van de geest en het lichaam om om te gaan met de frustraties en weerstand die het leven soms biedt. Het is een mogelijk en ‘gemakkelijk’ alternatief voor de afwezigheid van middelen en het gebruik. Met ‘gemakkelijk’ wordt hier geen oordeel bedoeld als ‘luiheid’, maar als ‘eerste noodvoorziening’ die ons lichaam en ons hart tot zijn beschikking heeft. Voor veel mensen ontwikkelt emotionele gevoelloosheid zich als een beschermingsmechanisme. Wanneer emoties lang genoeg overweldigend, pijnlijk of onbeheersbaar hebben aangevoeld, kunnen de geest en het lichaam leren om ze uit te schakelen. Die afsluiting is geen zwakte. Het is vaak een overlevingsreactie.

Karuna: volwaardige compassie zet aan tot handelen
Dus wat doen we als we weglopen van deze overlevingsreactie? Wat doen we als we in onze twijfel zeggen: dit is niet voor mij. Ik moet hier weg, ik moet stoppen met aandacht geven aan deze dofheid? Wat we doen met die keuze is dat we onszelf in de steek laten. We laten het kind in ons, dat zich probeert te verdedigen tegen al die stressreacties die in ons leven, opnieuw alleen en we laten het innerlijke kind de strijd weer eenzaam strijden.
Hier opent zich dus eigenlijk de eerste, allereerste ruimte om compassie tot volwassenheid te laten komen. We kunnen hier actief de Innerlijke Ouder ontwikkelen en er zijn voor het Kind in ons, met compassie, aandacht en waarachtige ‘heartfulness’. Hier kunnen we werken aan een belangrijk element van compassie dat compassie tot Karuna – tot een volwassen Compassie – maakt: we zetten compassie in tot een handeling. Maar dit is niet het handelen dat we gewend zijn; door in beweging te komen en dingen te gaan doen. Het is handelen door tot stilstand te komen: door te gaan zitten en hier te zijn bij het kind, bij het hart, bij het moment. Bij wat werkelijk aanwezig is.
R.A.I.N.: compassie in actie
Hier komt de oefening van R.A.I.N., zoals Tara Brach die aanbiedt, goed van pas. R.A.I.N is een acroniem en een oefening om compassie om te zetten in een actie. Wat van belang is hierbij dat we begrijpen dat de ‘actie’ hier dus niet opgevat wordt zoals we geneigd zijn om compassie als actie te begrijpen: als iets groots, als iets wat merkbare invloed moet hebben op de wereld en dat dingen moet veranderen. Dat is hoe we compassie vaak begrijpen – en het is tegelijk een belangrijk onderdeel van de reden waarom we compassie vaak als iets begrijpen dat te groot voelt.
Bij ‘compassie als actie’ denken we vaak dat we eigenlijk aangespoord worden om vrijwilligerswerk te gaan doen (naast al dat werk dat we al verrichten), of dat we zieken moeten gaan verzorgen, of meer geld moeten doneren, meer moeten protesteren en meer moeten… Daar denken we aan als het hebben over compassie in actie: de woorden ‘meer’ en ‘moeten’. En zo maken we van compassie dus iets dat eigenlijk te groot is om in ons hoofd te verkeren, laat staan dat het ruimte mag hebben in ons hart.
Recognize – Allow – Investigate – Nurture (R.A.I.N.)
Maar compassie als handeling begint eigenlijk veel kleiner. Het begint hier: zitten en herkennen wat aanwezig is in ons hart dat om aandacht vraagt (De R van Recognize). En vervolgens, vanuit de aandacht en herkenning, toestaan dat het er is. Dat er een een innerlijke behoefte is die om liefdevolle aanwezigheid van ons vraagt (De A van Allow). En dan het liefdevol en zacht onderzoeken van de behoefte. Waar bevindt zich deze in ons lichaam. Hoe voelt de behoefte. Wat zijn de sensaties die de ervaring bij ons oproepen? Dat is de I van Investigate).
Tot slot is er het verzorgen van de behoefte, het vasthouden van het kind in ons hart, met zachtheid, aandacht en aanwezigheid. Dit is de N van Nurture. En dan als vijfde stap is er nog ‘after the rain’: hoe voelt deze ervaring, nu, in dit moment. Is deze anders, heeft het een andere vorm aangenomen? En als de ervaring er nog steeds is, dan is dat ook oké. Dat is waarachtige compassie. Dat is de volwassenheid van het aanvaarden van wat aanwezig is, wetende dat het leven stroomt en zijn eigen tempo heeft. En dat alles wat we hoeven te doen is erbij aanwezig te zijn.
Zo kunnen we leren dat ook emotionele dofheid, de afwezigheid van het gevoel en het ontbreken van de emotionele verbinding, iets is waar we met ons hart bij aanwezig kunnen zijn. Ook leegte blijkt met de R.A.I.N. vaak een vorm te hebben, iets wat we kunnen erkennen. Iets waar we bij aanwezig kunnen zijn – en als we volwassen willen worden in ons herstel, dan zullen we bij aanwezig moeten zijn. Moeten, niet als ‘gebod’, maar als noodzaak: omdat het in de leegte is dat ons innerlijke kind van ons vraagt of we samen bij het verdriet, de angst, het trauma, de pijn, aanwezig willen zijn.
Een volwassen vorm van compassie
De oefening van R.A.I.N. is de manier bij uitstek om compassie – voor onszelf en voor anderen – concreet te maken en in voelbare actie om te zetten. Die actie, deze handeling, begint niet met grootsheid en met grootse daden, maar begint bij het eigen hart, bij het kleine kind dat we in ons dragen. Daar ligt het hart van ons herstel. Vanuit dat inzicht werken we bij Recovery Dharma zo samen aan een volwassen vorm van compassie en leren we ons hart open te stellen voor alle ervaringen, ook als die ervaring er een is die we liever niet willen.
Deze vorm van volwassen compassie, wat Tara Brach aanduidt als radicale vorm van compassie, compassie bij de wortel, is uiteindelijk een uiting van onze waardering voor het volle leven dat in ons aanwezig is. Soms bestaat dit volle leven uit een klein, innerlijk kind dat zich terugtrekt, dat om zorg vraagt en dat zich verlaten voelt. In ons herstel kunnen we echt en actief leren geven om dit innerlijke leven dat in ons aanwezig is. Met meditatie en de oefening van R.A.I.N kunnen we leren hoe we onze liefde voor dit leven in praktisch handelen kunnen omzetten.

