Herstel als leren onderscheid te maken tussen Ware en Valse toevluchtsoorden
Craving of hunkering naar middelen wordt vaak gezien als de grootste vijand van herstel. Maar wat als juist het wegduwen van verlangen onderdeel is van het verslavingspatroon? In deze blog lees je hoe de boeddhistische leer over dukkha (lijden) en het onderscheid leren maken tussen ware en valse toevluchtsoorden je kan helpen om anders met craving om te gaan. Niet door het verlangen te bestrijden. Maar door te leren om bewust aanwezig te blijven bij de ervaring. Juist op die manier kan het herstel van verslaving zich steeds verder verdiepen, tot een ware vorm van vrijheid.
“Je kunt het leven niet beheersen. Probeer maar eens een bliksemflits in te perken, of een tornado in bedwang te houden. Dijk een beek af en er ontstaat elders een nieuw kanaal. Verzet je tegen het leven en de vloedgolf zal je van je voeten vegen. (- Danna Faulds)
De titel van deze blog klinkt misschien wat vreemd. Want wie werkt aan herstel van verslaving, wil juist de ervaring van craving toch het liefst zo snel mogelijk kwijt. Dus hoezo kunnen we leren om thuis te komen bij díe ervaring? We zien verlangen immers juist als de vijand: het staat herstel in de weg en dús moet het verdwijnen. Maar juist daarin schuilt een valkuil. Zodra craving zich aandient, vluchten we automatisch weg van de ervaring. Maar is wegvluchten niet precies het patroon van verslaving zelf?
Ariya Sacca Dhukka: de Nobele Waarheid van het Lijden
De eerste Nobele Waarheid van de Boeddha luidt eenvoudig: er is lijden (dukkha). Let op, daarmee zei de Boeddha niet: álles is lijden. Hij leerde enkel dat lijden een onvermijdelijk onderdeel uitmaakt van het leven. Verlies, teleurstelling, verlangen en pijn maken deel uit van het menselijk bestaan. De uitnodiging is daarom om niet voor de ervaring van verlangen of craving weg te lopen. Maar juist om stil te blijven staan en de ervaring te onderzoeken.
Onderzoeken betekent daarbij niet alleen craving te erkennen. Niet voor niets staat er in de beoefening van ons herstel met Recovery Dharma bij de Eerste Nobele Waarheid vermeld: “Er is lijden.” Én, vervolgens: “We zetten ons in om de waarheid van dit lijden te onderzoeken.” De centrale aanmoediging is dus juist om óók onze ervaring van lijden nieuwsgierig – dat wil zeggen, met gerichte en vriendelijke aandacht – te leren verkennen.
Want wat gebeurt er eigenlijk wanneer verlangen opkomt? Wat proberen we ermee te vermijden? We ontdekken zo dat dukkha – lijden – vele vormen kent. Soms is het duidelijk aanwezig als pijn, verdriet of eenzaamheid. Vaker uit het zich subtiel als onrust, angst of een voortdurend gevoel dat er iets ontbreekt. We blijven hopen dat een volgende ervaring ons eindelijk tevreden zal maken, terwijl iedere ervaring vergankelijk is. Maar juist dat vasthouden aan wat prettig is en het afweren van wat onaangenaam voelt, veroorzaakt lijden.
Onder dat lijden ligt vaak een diffuse vorm van angst. Geen concrete angst voor iets specifieks, maar een voortdurend achtergrondgevoel dat er iets mis is of mis kan gaan. Daardoor blijven we bezig, alert en op zoek naar oplossingen. Alsof we ons voortdurend moeten voorbereiden op iets wat nog moet komen. Die onrust hangt samen met een fundamenteel gegeven: veel van wat werkelijk belangrijk is in het leven kunnen we niet beheersen. Veroudering, ziekte, verlies, de dood, onze emoties en het gedrag van anderen liggen uiteindelijk buiten onze controle. Dat besef ervaren we vaak als kwetsbaar en ongemakkelijk.
Wat zijn de Valse Toevluchtsoorden?
Niet genoeg en niet goed genoeg
Omdat die kwetsbaarheid moeilijk te verdragen is, zoeken we naar manieren om haar niet te hoeven voelen. In het boeddhisme worden die manieren valse toevluchtsoorden genoemd. We noemen ze ‘vals’, niet omdat ze per definitie slecht zijn, maar omdat ze ons uiteindelijk niet brengen wat we zoeken: rust, veiligheid en vrijheid.
Ze zijn bovendien niet per definitie slecht, omdat ze samenhangen met ons overlevingsbrein – de evolutionair oudere delen van onze hersenen – die een belangrijke rol spelen bij onze ervaring van onrust – en van veiligheid. Evolutionair gezien helpen deze delen ons te overleven door voortdurend signalen af te geven als: “Er ontbreekt iets” of “Er is iets mis.”
Die delen waren ooit heel nuttig om voedsel en veiligheid te vinden. Tegenwoordig vertaalt hetzelfde mechanisme zich vaak in het eerste valse toevluchtsoord, dat van niet genoeg, Ook al hebben we wel degelijk genoeg, het signaal van ‘niet genoeg’ leidt vaak tot het verlangen naar meer: meer erkenning, meer bezit, meer verdoving, meer controle. Steeds vanuit de innerlijke behoefte om ons veilig en minder kwetsbaar te voelen. We grijpen naar eten, middelen, werk, seks, sociale media of andere afleidingen in de hoop ons beter te voelen. Maar iedere vervulling blijkt tijdelijk. Het verlangen keert steeds terug.
Een tweede veelvoorkomend vals toevluchtsoord is het gevoel niet goed genoeg te zijn. Vanuit die overtuiging proberen we voortdurend iemand anders te worden of zoeken we bevestiging van buitenaf. Hoewel sociale acceptatie een gezond menselijk verlangen is, wordt zij problematisch wanneer ons gevoel van eigenwaarde ervan afhangt. Zelfs wanneer we waardering krijgen, blijkt het gevoel van tekort vaak snel terug te keren.
Obsessief denken en schuld toewijzen
Dan is er nog het obsessieve denken als vals toevluchtsoord, waarbij we constant proberen een probleem op te lossen, ons zorgen maken of een verklaring ergens voor te vinden. Een klassiek verhaal illustreert dit met een leerling die getroebleerd is geraakt door een vraag die zijn leven is gaan beheersen. Op zoek naar een antwoord bezoekt hij een zenklooster en uiteindelijk, na lang aandringen, wordt hij uitgenodigd voor een audiëntie bij een oude leraar, een monnik die al jaren in het klooster woont.
Vol van gretig verlangen stelt de leerling aan de oude monnik die voor hem zit de vraag die hem al zo lang bezighoudt: “Mijnheer, wat gebeurt er nadat we sterven?” De leraar denkt diep en lang na. Hij neemt zijn tijd en antwoordt uiteindelijk: “Nou, beste jongen. Dat weet ik niet.” Dat brengt de leerling van zijn stuk. ”Maar,” hapert hij: “Ik dacht toch dat u een zenleraar was?” Waarop de oude monnik met een glimlach antwoordt: “Dat ben ik ook. Maar geen dode.”
Kortom, probeer geen antwoord te zoeken op vragen die geen antwoord hebben in de ervaring zelf. We zijn heel goed in staat om met ons denken problemen te creëren die er eigenlijk niet zijn. Denken vormt dan een valse toevlucht: een poging om controle uit te oefenen op wat niet te controleren valt. Denken vormt dan een manier om onszelf op weer een andere manier af te leiden van de ervaring van het leven zelf.
Als laatste veelvoorkomende valse toevlucht is het toewijzen van schuld. Telkens als er een gevoel is dat er iets mis is, zoeken we maar al te graag iemand om de schuld aan te geven. Dat kunnen we zelf zijn, of het kunnen anderen zijn. Het is echter een versluierde manier om dingen onder controle te proberen te houden.
Dit is dan ook goed om te onthouden: als we merken dat we iets onder controle proberen te houden, dan is de kans groot dat we ons richting een vals toevluchtsoord bewegen.

Stoppen met versnellen en leren te vertragen
Centraal punt is dat de valse toevluchtsoorden ons weghalen uit het hier en nu. Andere valse toevluchtsoorden zijn werkverslaving, eindeloos scrollen op de mobiel en het verdwalen in de eindeloze krochten van het internet en social media. Ze hebben allemaal één ding gemeen: ze houden ons weg van de ervaring van dit moment. Ze geven kortstondige verlichting, maar ze lossen het onderliggende ongemak niet op.
Iemand zei ooit: “Voor snelle verlichting, probeer eens wat rustiger aan te doen.” Dat is misschien wel de meest helpende reactie op craving en onrust. Niet onmiddellijk oplossen, analyseren of wegdrukken. Maar juist vertragen en opmerken wat er gebeurt. Voelen hoe de ervaring zich in het lichaam laat kennen. En ontdekken dat we niet alles hoeven te veranderen wat we ervaren – dat ervaringen hun eigen tempo hebben. En ook hun eigen manier van wegebben, oplossen en verdampen.
Wat zijn de Ware Toevluchtsoorden?
Door onze valse toevluchtsoorden te leren herkennen, ontstaat er ruimte voor iets anders, namelijk ruimte voor wat de Boeddha de Ware Toevluchten noemde. Want opvallend genoeg ervaren we de momenten waarop we ons werkelijk “genoeg” voelen meestal niet tijdens prestaties, maar juist in momenten van rust, aanwezigheid en eenvoud.
Waarheid (Dharma)
De eerste Ware Toevlucht wordt dan ook wel de toevlucht tot Waarheid (dharma) genoemd. Waarheid betekent hier eigenlijk: de bereidheid om de werkelijkheid te ontmoeten zoals zij is. Dat kan worden ondersteund door meditatie, studie, stilte of tijd in de natuur. Alles wat ons helpt werkelijk aanwezig te zijn, brengt ons dichter bij die waarheid.
Ontwaakt Bewustzijn (Boeddha)
De tweede is de toevlucht tot het Ontwaakte Bewustzijn. Het woord Boeddha betekent letterlijk de ontwaakte. Bewustzijn kun je zien als een oceaan waarvan gedachten, gevoelens en verlangens slechts de golven zijn. Meestal richten we al onze aandacht op die golven. Herstel nodigt ons uit om ook de oceaan zelf te leren kennen: de ruimte waarin alle ervaringen verschijnen en weer verdwijnen. Craving, verdriet, angst en verlangen verdwijnen daardoor niet onmiddellijk. Dat is ook niet het doel, want de ervaringen te laten verdwijnen is eigenlijk niet mogelijk: ze zijn onderdeel van het leven. Als ze verdwijnen, verdwijnt ook het leven zelf.
Doel is dus juist om te leren ervaringen op een manier te ervaren dat ze ons niet langer beheersen. We kunnen leren dat we niet onze gedachten of gevoelens zijn, maar dat we degene zijn die zich ervan bewust is. Dit is het proces dat uiteindelijk met de Boeddha wordt aangeduid: te ontwaken in het open bewustzijn.
Thuiskomen bij de ervaring (ook als craving zich aandient)
Verslaving kent vele vormen. Hoe meer we herstellen, hoe subtieler ze soms worden. Toch ontstaat er gaandeweg iets nieuws: het besef dat we hoe dan ook steeds opnieuw kunnen thuiskomen. Thuiskomen betekent daarbij niet dat er geen lijden meer is. Zonder bereidheid ook het lijden toe te laten, leven we slechts een deel van het leven.
Thuiskomen betekent juist dat we bereid worden om het vólle leven te ontmoeten en te omarmen, precies zoals het zich aandient: soms vol vreugde, soms vol verdriet en soms ook vol verlangen, inclusief versnellen en weg willen uit de ervaring. Ook dan is er geen probleem en niets wat we hoeven te fixen. We kunnen immers leren om de aandacht weer terug te brengen. We kunnen leren om thuis te komen in wat zich aandient.
Sommige spirituele leraren noemen dit daarom ook wel de kern van het ware spirituele herstel: in staat zijn om in ontwaakt bewustzijn steeds opnieuw terug te keren naar de waarheid van dit moment. Met Recovery Dharma Nijmegen kunnen we gezamenlijk oefenen in het onderscheiden van onze toevluchtsoorden. Om zo samen te ontdekken waar de ware vrijheid ligt van ons herstel.

