Werken aan innerlijk vertrouwen met het boeddhistisch zelfonderzoek

door | boeddhisme, Herstel van verslaving

Over Ehipassiko en het verschil tussen morele inventarisatie en boeddhistisch zelfonderzoek in herstel

Aldus sprak de Boeddha: “Kom, Kalamas. Bouw je vertrouwen niet op wat je hebt gehoord, op tradities, op filosofische logica of op fraaie theorieën. Laat je niet leiden door spirituele autoriteit, maar onderzoek zelf wat waar is.”
— Aṅguttara Nikāya, Kalama-soetra

Net als andere herstelprogramma’s gebruiken we bij Recovery Dharma zelfonderzoek om ons herstel te verdiepen en richting te geven aan ons handelen. Toch verschilt het boeddhistisch onderzoek wezenlijk van de morele inventarisatie zoals velen van ons die kennen uit de twaalfstappenbenadering. Het verschil zit vooral in de vragen die we stellen. Zoeken we naar wat er mis is met ons, naar onze karaktergebreken en de oorzaken van ons gedrag? Of onderzoeken we hoe we met aandacht, wijsheid en mildheid kunnen omgaan met wat we ervaren?

De Boeddha streefde daarbij oorspronkelijk ook niet naar kennis om de kennis. Wijsheid was voor hem vooral praktisch: ze moest ons helpen om met het leven om te gaan. Eindeloos zoeken naar verklaringen leidt immers niet altijd tot inzicht. Vaak roept ieder antwoord weer nieuwe vragen op. Onze geest blijft dan als een innerlijk aapje van tak naar tak springen, zonder tot rust te komen.

Toch moedigde de Boeddha zijn volgelingen weldegelijk aan tot diepgaand zelfonderzoek. Dat lijkt misschien tegenstrijdig, totdat we begrijpen dat het boeddhistische zelfonderzoek niet gaat om steeds meer kennis vergaren, maar om het ontwikkelen van een steeds diepere wijsheid. Onze meditatieve beoefening draait uiteindelijk niet om eindeloos twijfelen, maar om vertrouwen te leren ontwikkelen. Juist voor wie worstelt met verslaving is dat een wezenlijk onderscheid.

Dat waarop we mogen vertrouwen

Volgens een bekende boeddhistische vertelling werd de Boeddha na zijn verlichting onder de Bodhiboom belaagd door Mara, de verpersoonlijking van verleiding, afkeer en twijfel. Mara probeerde hem van zijn inzicht af te brengen. Wie herkent daarin niet iets van het eigen herstel? De verleiding om terug te keren naar oude gewoonten, daarbij misschien zelfs verleid door oude bekenden die niets liever willen dan dat we terugkeren naar de oude patronen, omdat dat is wat zij van ons kenden.

Of misschien is er een verscheurende twijfel of herstel wel mogelijk is, of is er de ondermijnende angst dat we het niet kunnen volhouden. Soms lijkt het zelfs alsof iets buiten onszelf ons gedrag beheerst. Volgens de mythe ging de Boeddha daarbij niet met Mara in discussie. Hij probeerde zijn inzicht niet opnieuw te bewijzen en zocht niet naar een sluitende redenering. Hij zweeg en raakte eenvoudigweg de aarde aan.

Dit gebaar staat symbool voor geworteld vertrouwen. Geen nieuwe theorie, geen eindeloze discussie, maar aanwezig zijn bij de grond waarop hij zat. Ook ons zelfonderzoek mag op deze manier geworteld zijn. Niet in de behoefte om alles te begrijpen of te verklaren. Maar in het aardse vertrouwen dat we aanwezig kunnen zijn bij alles wat zich aandient.

Hier zitten we – meer is niet nodig

Wanneer we bij Recovery Dharma aan ons boeddhistisch zelfonderzoek beginnen, bijvoorbeeld met de inventarisatievragen uit ons boek of met het Zelfonderzoek van het Innerlijke Kind, gaat het niet om het opsporen van gebreken of het veroordelen van onszelf. Het doel is niet om oude wonden opnieuw open te maken, maar om ze te erkennen en een plek te geven. We hoeven de pijn niet weg te stoppen, maar evenmin hoeven we erin te blijven graven. Ons onderzoek helpt ons te leren zeggen:

“Hier zitten we, met alle wonden en alle pijn. Mogen we aanwezig zijn in dit moment en onszelf bieden wat we nodig hebben, zonder te worstelen én zonder op te geven.”

Dat betekent niet dat we het verleden vermijden. Gezond herstel betekent dat we ons verleden onder ogen durven te zien, zonder er daarbij door overspoeld te raken. En als dat toch gebeurt, oefenen we om terug te keren naar het heden en goed voor onszelf te zorgen. Wie eerder een morele inventarisatie heeft gedaan, vraagt zich dan misschien af waarom we opnieuw vragen over het verleden zouden onderzoeken. Het antwoord is dat boeddhistisch zelfonderzoek niet draait om het herhalen van eerdere analyses. Het heeft een andere insteek.

Persoon in meditatieve yogapositie, met uitgestrekte armen in balans, in een gouden grasveld als symbool voor het boeddhistisch zelfonderzoek. Met het citaat van Tara Brach over inquiry als het bewust waarnemen van wat er van moment tot moment in ons lichaam gebeurt.

De tweede pijl en de vergiftigde pijl

Het boeddhistische onderzoek leert ons waar te nemen wat we nú, in dit moment ervaren, ook wanneer we terugkijken. Daarom stellen we niet alleen de vraag: ‘Wat is er gebeurd?’ We vragen vooral: Hoe voelt dit nu in mijn lichaam? Waar ervaar ik het? Wat gebeurt er wanneer ik er met aandacht bij blijf? Door deze vragen naar onze innerlijke ervaring te onderzoeken, leren we de aandacht te verschuiven, van het verklaren van de ervaring naar het daadwerkelijk ervaren ervan.

In de Sallatha Soetra gebruikt de Boeddha het beeld van de tweede pijl om duidelijk te maken hoe ons lijden kan toenemen. Stel je voor dat iemand door het bos loopt en door een pijl wordt geraakt. De deze pijl veroorzaakt pijn. Dat is wat het leven ons soms aandoet: verlies, verdriet, afwijzing, ziekte. Deze pijn is onvermijdelijk en – hoe pijnlijk ook – deze ervaringen horen bij het leven. Het is ‘dukkha’, zoals de Boeddha stelt met de eerste nobele waarheid.

Maar vervolgens komen er, in reactie op de eerste pijn, de gedachten. We beginnen te denken: Waarom overkomt mij dit? Hoe heb ik dit kunnen laten gebeuren? Wat betekent dit voor mijn toekomst? Dat is de tweede pijl. Boven op de oorspronkelijke pijn komt het lijden dat ontstaat door onze reacties, oordelen en angsten. We maken de wond met onze eigen reactiviteit als het ware groter.

Dat betekent niet dat we verantwoordelijk zijn voor alles wat we voelen. Trauma, hechtingsproblematiek en onbewuste patronen kunnen onze reacties sterk beïnvloeden. We kunnen ook niet zomaar vermijden wat we nog niet herkennen. De tweede pijl gaat daarom niet over schuld. Het gaat over het leren zien hoe onze reacties de pijn soms versterken.

Over het gif van het oneindige waarom

In de Cūḷamālukya Sutta gebruikt de Boeddha een verwant beeld. In deze soetra wordt verteld over de monnik Malunkyaputta die zich bezighoudt met allerlei diepgravende filosofische vragen over hoe de wereld in elkaar zit en met het zoeken naar de oorsprong van de kosmos. In zijn onderzoek eist hij van de Boeddha antwoord op zijn vragen. Hij dreigt zelfs het klooster te verlaten als de Boeddha geen antwoord gaf.

Toch weigert de Boeddha te antwoorden. In plaats daarvan vergeleek hij de houding van de monnik met die van iemand die gewond is geraakt door een giftige pijl. En vervolgens deze vergiftigde pijl pas wil laten verwijderen als hij eerst weet wie hem heeft afgeschoten, uit welke familie die dader komt en hoe de pijl precies is gemaakt. 

Wat de Boeddha daarmee probeerde te laten zien, is dat er momenten zijn dat de vragen zelf in een cirkel leiden die niet langer helpend is. Terwijl we alle antwoorden proberen te vinden, blijft het gif zijn werk doen. Het graven verandert in een obsessie. Een eindeloos zoeken naar het waarom van de pijn vernietigt ons op den duur van binnenuit.

Zo kunnen ook wij blijven zoeken naar de oorsprong van onze pijn, alsof we pas verder kunnen wanneer we alles begrijpen. Maar ondertussen vergeten we soms te zorgen voor de wond die nú pijn doet. Zo zijn er mensen die talloze therapieën hebben gevolgd en precies kunnen vertellen wat er in hun verleden is misgegaan, hoe hun trauma is ontstaan en waar hun diagnose vandaan komt. Toch zeggen ze: “Ik weet alles over mijn verleden, maar ik heb nog steeds pijn en ik weet nog steeds niet hoe ik moet leven.”

Met andere woorden: kennis van het verleden kan soms waardevol zijn en inzicht in onze patronen kan ons helpen begrijpen wat ons gevormd heeft. Maar kennis alleen leert ons niet vanzelf hoe we met onszelf omgaan. Daarvoor moeten we ook leren voelen wat we op dit moment ervaren, wat er hier-en-nu plaatsvindt. En hoe we daarvoor kunnen zorgen.

Beeld van de boeddha in een oude tempel in het bos als symbool voor de oproep tot Ehipassiko - het boeddhistische zelfonderzoek in herstel van verslaving bij Recovery Dharma Nijmegen.

Ehipassiko: kom en zie

Volgens de oude geschriften begon de Boeddha de meeste van zijn lezingen vaak met de uitspraak: ‘Ehipassiko’. “Kom en zie!” Deze uitspraak was vooral een zachte uitnodiging om de leer van de Boeddha niet blindelings aan te nemen, maar zelf te onderzoeken en te ervaren. Dat is ook de kern van zelfonderzoek binnen Recovery Dharma. We hoeven niet simpelweg te geloven wat ons wordt verteld. We mogen zelf onderzoeken wat we ervaren en ontdekken wat ons helpt om met meer wijsheid te leven.

Daarbij gaat het niet in de eerste plaats om kennis, logica of filosofische verklaringen, maar om het waarnemen van onze ervaring. Wanneer we proberen een ervaring tot haar wortel te herleiden, hoeven we niet steeds verder terug in het verleden te graven. We kunnen onderzoeken hoe die ervaring zich hier en nu in ons lichaam manifesteert. Wat voelen we? Wat gebeurt er met onze ademhaling? Welke spanning, onrust of emotie merken we op?

Het lichaam brengt ons terug naar het huidige moment. Dat betekent niet dat het verleden onbelangrijk zou zijn. Het betekent enkel dat we onze ervaring in het hier en nu rechtstreeks kunnen waarnemen en ermee kunnen leren omgaan. Dat geldt ook voor trauma en hechtingsproblematiek, die een belangrijke rol kunnen spelen bij verslaving. We hoeven de pijn daarvan niet te bagatelliseren. Het is belangrijk dat we haar leren herkennen en erkennen.

Tegelijkertijd kunnen we wel oefenen om aanwezig te blijven bij wat die pijn nú in ons teweegbrengt. Het verleden kan verklaren hoe we hier zijn gekomen. Maar de ervaring waarmee we leren omgaan, dient zich in het huidige moment aan. Het boeddhistisch zelfonderzoek wordt zo een oefening in aandacht, aanvaarding en zorg.

Vertrouwen leren in het huidige moment

Hoe meer we leren aanwezig te zijn bij wat er in ons leeft, hoe beter we kunnen ontdekken wat we nodig hebben. We kunnen niet terugkeren naar het verleden om te veranderen wat er is gebeurd. We dragen in ons een innerlijk kind, maar we zíjn inmiddels geen kinderen meer. We zijn volwassenen die soms een ervaring uit het verleden naar het heden halen. Wat we daarom kunnen doen, is niet het verleden veranderen, maar bij de reactie in het hier en nu blijven.

Zo kunnen we, in ieder moment zelf, met liefde, warmte, compassie en vriendelijkheid, voor ons innerlijke kind leren zorgen. Daar ligt ook de kracht van zelfonderzoek: niet in het vinden van alles wat er mis is gegaan. Maar in het ontwikkelen van een andere verhouding tot onszelf. Of we nu zelfstandig de inventarisatievragen uit het Recovery Dharma-boek beantwoorden of samen met anderen het Zelfonderzoek van het Innerlijke Kind doen, de grondhouding blijft dezelfde.

Onderzoek met aandacht. Wees mild voor jezelf. Geef ruimte aan pijn en troost, maar verlies ook de vreugde van dit moment niet uit het oog. Wijsheid vraagt niet alleen om inzicht in karma (de gevolgen van ons handelen) en het inzien van de vergankelijkheid van alle dingen. Ze vraagt ook om compassie, liefdevolle vriendelijkheid, aanwezigheid en zorg.

Misschien ontdekken we dan dat vertrouwen niet iets is wat we pas bereiken wanneer we onszelf volledig begrijpen. Het ware vertrouwen van herstel was altijd al aanwezig in ons eigen hart, als een diamant die onder lagen van pijn, angst en twijfel verborgen is geraakt. Zelfonderzoek helpt ons die diamant opnieuw te ontdekken: in de bewuste, warme aandacht voor wat er in ons lichaam en onze geest leeft, hier en nu.

Ehipassiko: kom en zie voor jezelf!